Theo Gootjes tekent iedere avond thuis aan de Oostsingel in Schiedam-Oost. (Foto: Jan van der Ploeg).
Theo Gootjes tekent iedere avond thuis aan de Oostsingel in Schiedam-Oost. (Foto: Jan van der Ploeg). ( )

Theo Gootjes: 'Ik hou niet van de gulden middenweg'

Schiedam – De muren in zijn woonkamer hangen vol schilderijen, van zijn vader Leo Gootjes, broer Piet Gootjes en jongste zoon Matthijs Gootjes. Er zijn wat lege plekken en daar hingen zijn eigen politieke prenten. "Maar die zijn nu in het Stedelijk Museum Schiedam’’, zegt Theo Gootjes. Daar wordt zaterdagmiddag 22 februari om 16.00 uur een overzichtstentoonstelling geopend van de 78-jarige tekenaar. De opening wordt verricht door Nederlands bekendste historicus, Maarten van Rossem, net als Theo een dwars en eigenzinnig type. 


(Door Kor Kegel)

Tegenwoordig heeft Theo het natekenen van foto’s uit NRC Handelsblad als hobby; hij toont een indrukwekkend aantal bundels. "Ik teken elke avond’’, zegt hij. Dat is zijn leven lang een vaste discipline. De bundels maken geen deel uit van de tentoonstelling, want deze spitst zich toe op zijn politieke werk, de Gootjesbijbel en objecten – driedimensionale tekeningen!

Met zijn politieke prenten verwierf Theo Gootjes zich landelijke bekendheid. Van 1970 tot 2005 las hij alle kranten en na het avondjournaal ging hij aan de keukentafel zitten om zijn pen in vitriool te dopen. Hij leverde vlijmscherpe commentaren op het dagelijkse nieuws en de resultaten stonden in Het Vrije Volk en – na de fusie in 1990 met het Rotterdams Nieuwsblad – in het Rotterdams Dagblad, toen de beste regionale krant van Nederland.Als chroniqueur van zijn tijd tekende hij over het milieu, privacy, vluchtelingenbeleid en Europa. De solotentoonstelling toont aan hoe actueel zijn werk is gebleven. "Dat komt’’, zegt hij, "omdat mijn werk gaat over het menselijk tekort. Ondeugd is van alle tijden.’’

Links-kritisch, zo mag je zijn zwart-wittekeningen wel typeren. "Als politiek tekenaar vertegenwoordig je toch de kleur van de krant en Het Vrije Volk was met de PvdA verbonden’’, zegt hij. Theo komt uit een arm gezin, hij had vier broers en vier zussen. Zijn vader was kunstschilder, maar kon daarmee het gezin niet onderhouden. "We kregen bijstand van de kerk, maar dat gaf zo’n strenge controle of je niet toevallig een dubbeltje méér verdiend had, dat het gewoon vernederend was. Op mijn achtste jaar schopte ik daarom iemand van de kerk die kwam controleren.’’

Toen zat het protest er dus al in. De roomse traditie bracht hem moralisme bij, het geheven vingertje. En hij leerde zijn talent in dienst te stellen van de maatschappij, al begon hij zijn loopbaan met tekenen voor reclamebureaus en drukkerijen. Toen zag hij een advertentie in Vrij Nederland: "Wie durft er te werken bij Het Vrije Volk?’’ Daar was de roemruchte Herman Wigbold hoofdredacteur. HVV zocht een vormgever, maar Wigbold vroeg: "Wat kun je nog meer?’’

Zo kwam het dat hij politieke prenten ging maken, aanvankelijk dé HVV-tekenaar Frits Müller zeer nauwgezet imiterend. HVV verloor als landelijk dagblad steeds meer edities, maar juist daardoor kreeg Theo alle ruimte om zich te ontwikkelen. Gaandeweg ging hij steeds minder lijnen gebruiken. Met zo weinig mogelijk zwarte inkt maakte hij tekeningen met maximale zeggingskracht. In de nadagen van HVV werd hij chef van de beeldredactie. "Albert Hahn stond als politiek tekenaar aan de wieg van Het Vrije Volk, ik stond aan het graf ervan’’, zegt hij ironisch.

Na de fusie met het RN zei hij tegen hoofdredacteur Jan Prins: "Politieke prenten en chef beeld, dat kan ik niet combineren. Prenten maken is een vak apart.’’ Dus spraken ze af dat hij freelancer werd met een gewaarborgde afname van drie prenten per week, voldoende om ervan rond te komen. ‘Altijd zwart-wit’ is de ondertitel van de tentoonstelling. Hij gebruikte nooit kleur. Maar hij dácht ook zwart-wit. "Ik hou niet van de gulden middenweg. Je bent het ergens mee eens of niet.’’

Dus keek hij eens vreselijk op zijn neus dat een tekening, waarmee hij waarschuwde voor het opkomend fascisme, nota bene door extreem-rechts werd gebruikt als propaganda. "Dan haalt de werkelijkheid de satire in’’, zegt hij. "Het blijft uitkijken. Maar ik ben tegen zelfcensuur. Dat moeten kranten niet doen, want dan geef je toe aan de onverdraagzaamheid. Eigenlijk is dit een goeie tijd voor satirici. Deze tijd doet een appèl aan je creativiteit. Je moet als het ware tussen de lijnen door tekenen, zoals een journalist tussen de regels door iets kan vinden. Het misbruik in de kerk: ik zag eens een tekening van een kruis in het kruis van een misdienaar. Ik vind het dan subtieler om Christus aan het kruis om te draaien, alsof hij zich afkeert van de kerk.’’

De expositie laat vijftien van de honderdvijftig panelen zien van de Gootkesbijbel. Hij schreef in 1995 het Hooglied en de Apocalyps uit de Bijbel over en voorzag elk hoofdstuk van een illustratie. Het Schiedamse museum kreeg de panelen in bruikleen van de Koninklijke Bibliotheek.‘Theo Gootjes. Altijd zwart-wit’ is te zien tot en met zondag 24 mei.

 

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden