<p>Deirdre was met haar kamer aan de Hoogstraat heel benaderbaar. Foto: Mieke Lindeman</p>

Deirdre was met haar kamer aan de Hoogstraat heel benaderbaar. Foto: Mieke Lindeman

(

Foto:

)

Museum is zich gaan onderscheiden

SCHIEDAM – Deirdre Carasso heeft het Stedelijk Museum Schiedam in vijf jaar tijd veranderd. Er komen twee keer zoveel bezoekers en vooral ook veel meer Schiedammers. Het museum won de BankGiro Loterij Museumprijs en het is door de provincie Zuid-Holland als enige lokale museum en met succes voorgedragen voor rijkssubsidie.

Door Kor Kegel

Toen ze kwam, zette ze haar bureau ‘op zaal’ om met het publiek in contact e komen. Later verhuisde ze naar een kamertje aan de Hoogstraat waar iedereen kon aankloppen voor een praatje. “En je wist nooit waar de mensen mee kwamen,” zegt ze.

Deirdre bokste tegen kunstenaar Anne Wenzel. “Nee, geen beeldende kunst, maar waarom niet?” Ze kwam met nieuwigheden. Bij het buffet in de entreehal kun je betalen wat je het waard vindt. Schiedammers mogen voor half geld naar binnen. En in ruil voor een wederdienst mag je zelfs gratis het museum bezoeken; die wederdienst mag je zelf invullen. De Schiedammers konden als ze met vakantie gingen hun kamerplanten in het museum laten verzorgen.

“Dat maakt dat mensen zich thuis voelen, maar het museum is zich op die manier landelijk ook gaan onderscheiden. Dat wordt plaatselijk gezien en het wordt ook in den lande opgemerkt en gewaardeerd,” concludeert ze bij haar vertrek. Zondag is ze voor het laatst. En per 15 december begint ze bij Bibliotheek Utrecht als directeur, met 158 medewerkers en 1,2 miljoen bezoekers een veel grotere instelling dan het Stedelijk Museum Schiedam. In de vijf jaar van Deirdre Carasso is het museum veel meer naar buiten getreden – met minder medewerkers! “Het personeelsbestand is gekrompen,” zegt ze. “In 2014 waren er 27,4 fte’s. We gingen dit jaar in met 17,3 fte’s. We hebben een klein vast team en een grote schil van mensen met wie we samenwerken en wat we kunnen financieren uit projectgelden per expositie of per evenement. Het grootste deel van het geld dat in het museum omgaat verdienen we en het is de kunst voor elke tentoonstelling weer fondsen te vinden.”

Het Schiedamse museum kwam met bijzondere tentoonstellingen waar een internationaal publiek op afkwam, met kunstenaars als Manzoni, Corneille, stanley brown en Zoro Feigl. “We hebben steeds beeldende kunst willen combineren met de lokale cultuur en geschiedenis. We lieten Rien Poortvliet en tegelijk Mark Rothko zien. Dat vond het landelijke publiek ook leuk. Het is een misverstand dat het landelijke publiek niet in het lokale geïnteresseerd zou zijn. Juist tijdens de coronacrisis is meer aandacht voor het kleinschalige van de samenleving ontstaan, de betekenis die we voor elkaar hebben.”

Ze is weemoedig, zegt ze. “Ik weet dat ik het museum verschrikkelijk ga missen. Tegelijk denk ik: ik ga niet weg, ik ga ergens naartoe. Ik hoop in Utrecht in praktijk te brengen wat ik in Schiedam geleerd heb. In geen enkele functie hiervoor heb ik zo nauw met de stad samengewerkt, bij het Nationaal Archief niet en bij Museum Boijmans Van Beuningen niet.”

“Het was enorm inspirerend om met de Schiedammers samen te werken! Dat neem ik dus mee. Maar het liefst zou ik allebei doen: Schiedam en Utrecht. Ik hou van kunst en ik hou van boeken.”

Troostkunst tijdens de coronacrisis. Lichaamsbedekkende mode als miljardenindustrie. ‘Wij waren de Gusto’ met foto’s van Cas Oorthuys. Na zulke druk bezochte tentoonstellingen wordt het stil in het museum, want na de laatste dag dat Deirdre Carasso er is, gaat het dicht voor een grondige renovatie, tot eind 2021.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden